Ontslag om dringende reden: verduidelijking van het beginpunt van de wettelijke termijn van 3 dagen
Bij pesterijen begint de termijn van 3 dagen om een ontslag om dringende reden te betekenen niet automatisch te lopen na een eenvoudige melding of een mondelinge verklaring.
De feiten
Een werknemer, lid van de syndicale delegatie, werd ontslagen om dringende reden op basis van twee getuigenissen van collega’s die hem beschuldigden van feiten van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
De HR-verantwoordelijke hoort de 2 werkneemsters en pas nadat zij de schriftelijke verklaringen ontvangen had, informeert de persoon die bevoegd was om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
De werkgever gaat over tot ontslag om dringende redenen, binnen de 3 werkdagen volgend op de kennisname van de feiten, maar meer dan 3 werkdagen volgend op de verhoren door de HR-verantwoordelijke.
De werknemer betwistte de regelmatigheid van zijn ontslag om dringende reden voor de arbeidsrechtbank en voerde aan dat het ontslag laattijdig was.
Beslissing van de arbeidsrechtbank
In eerste aanleg oordeelde de arbeidsrechtbank dat het ontslag om dringende reden laattijdig was.
Volgens de rechtbank beschikte de werkgever immers al meer dan 3 dagen vóór de kennisgeving van het ontslag over voldoende kennis van de feiten.
Beslissing van het Hof
Het arbeidshof verduidelijk vanaf wanneer de 3-dagentermijn voor het ontslag begint te lopen.
Het hof herinnert eraan dat deze termijn niet begint te lopen na een informele melding of een louter vermoeden. De termijn begint pas te lopen wanneer de persoon die bevoegd is om de arbeidsovereenkomst te beëindigen een zekere en voldoende kennis heeft van de feiten.
In dit geval oordeelt het hof dat deze zekerheid pas werd verkregen op het moment dat de twee schriftelijke, ondertekende getuigenverklaringen werden ontvangen die voldeden aan de vereisten van het Gerechtelijk Wetboek. Alleen deze nauwkeurige en gedetailleerde verklaringen maakten het mogelijk om een voldoende zekere kennis te verkrijgen van de verweten feiten.
Het hof besluit dan ook dat het ontslag om dringende reden niet laattijdig werd gegeven.
Te onthouden ?
Dit arrest bevestigt een belangrijk principe: de termijn van drie dagen begint pas te lopen wanneer de persoon die bevoegd is om het ontslag te geven een zekere kennis heeft van de feiten.
De werkgever mag dus wachten op schriftelijke getuigenverklaringen voordat hij een beslissing neemt, zodat die beslissing steunt op concrete bewijselementen en niet op loutere mondelinge, niet-geformaliseerde verklaringen.
Bron: Arbh. Bergen, 16 januari 2026, R.G. nr. 2024/AM/308, onuitg.