Einde van de arbeidsovereenkomst
28 mei 2026

Een dading na het einde van de arbeidsovereenkomst: waarop moet u letten?

In een vonnis van 26 januari 2026 verduidelijkt de arbeidsrechtbank van Henegouwen wat de gevolgen van een geldige dading zijn, wanneer een werknemer nadien toch nog een vordering instelt.

Feiten 

Een onderneming gaat over tot het individueel ontslag van enkele werknemers, mits betaling van een opzeggingsvergoeding. Vervolgens wordt met elk van de betrokken werknemers een dadingsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst bevat een zogenaamde “afstandsclausule”, die bedoeld is om iedere latere betwisting uit te sluiten.  

Na deze ontslagen wordt een ondernemings-cao gesloten die voorziet in een loonsverhoging voor het personeel, met terugwerkende kracht. De ontslagen werknemers wenden zich daarop tot de arbeidsrechtbank om betaling van achterstallig loon te vorderen. 

Beslissing van de arbeidsrechtbank 

De arbeidsrechtbank bespreekt het regime dat van toepassing is bij dadingen die een afstandsclausule bevatten. Een dading veronderstelt een afstand van recht, die duidelijk en ondubbelzinnig moet worden uitgedrukt. Om rechtsgevolgen te hebben, moeten afstandsverklaringen steunen op de wilsovereenstemming van de partijen en gepaard gaan met wederzijdse toegevingen. 

Onder die voorwaarden verhindert de dading elke latere gerechtelijke vordering met betrekking tot de elementen die zij dekt. De werkgever kan dus, wanneer hij voor de rechtbank wordt gedagvaard, de exceptie van dading opwerpen, die een grond van niet-ontvankelijkheid vormt. 

In dit geval stelt de rechtbank vast dat de dadingsovereenkomst tot doel had de rechten en verplichtingen van de partijen met betrekking tot de beëindiging van de arbeidsrelatie te regelen. De overeenkomst bevat zowel wederzijdse toegevingen als afstandsclausules. Hieruit blijkt dat het gemeenschappelijke voornemen van de partijen erin bestond de modaliteiten van de beëindiging van de arbeidsrelatie vast te leggen via wederzijdse toegevingen, maar ook om elk later geschil te voorkomen. 

Daarnaast oordeelt de rechtbank dat een werknemer niet vooraf afstand kan doen van dwingende wettelijke bepalingen. De betrokken ondernemings-cao had echter geen dwingend karakter. De werknemers konden er dus op elk ogenblik afstand van doen. 

De arbeidsrechtbank besluit dan ook dat de overeenkomst in kwestie een geldige dading vormt. Deze bevat wederzijdse toegevingen en afstandsclausules die de wil van de partijen weerspiegelen om definitief een einde te maken aan ieder mogelijk geschil. Bijgevolg kunnen de werknemers zich niet beroepen op het bestaan van een latere ondernemings-cao om zich te onttrekken aan de verbintenissen die zij vrijwillig zijn aangegaan. 

Te onthouden? 

Een dading die na het einde van de arbeidsovereenkomst wordt gesloten en een afstandsclausule bevat, verhindert in principe dat de werknemer nadien nog bijkomende rechten kan opeisen. Het besproken vonnis herhaalt daarbij op heldere wijze onder welke voorwaarden een dergelijke dading geldig is. 

Bron: Arbrb. Henegouwen, afd. Binche, 26 januari 2026, A.R. nr. 24/1072/A. 

We use cookies to track usage and preferences Legal terms I Understand