Reglementering
02 oktober 2026

Flexi-jobs: koninklijk besluit verduidelijkt de sectorale uitsluitingen

Sinds 1 juli 2026 zijn flexi-jobs in principe mogelijk in alle sectoren. Een koninklijk besluit van 30 augustus 2026 bepaalt welke sectoren volledig of gedeeltelijk uitgesloten blijven van het stelsel.

Context

Tot en met 30 juni 2026 was het gebruik van flexi-jobs beperkt tot de uitdrukkelijk toegelaten sectoren. Sinds 1 juli 2026 is het principe omgekeerd: flexi-jobs zijn voortaan mogelijk in alle sectoren, behalve wanneer een volledige of gedeeltelijke uitsluiting geldt.

Er bestaan verschillende soorten uitsluitingen:

1) Wettelijke uitsluitingen

De wet van 28 juni 2026 houdende diverse bepalingen inzake flexi-jobs voorziet, ongeacht de sector, in een uitsluiting voor artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies.

2) Uitsluitingen bij koninklijk besluit

Reeds bestaande uitsluitingen die bij koninklijk besluit worden behouden

Bij de hervorming van de flexi-jobs voorzag de wetgever dat er tot 31 augustus een Koninklijk Besluit kon worden aangenkomen om de gedeeltelijke toelatingen in sectoren te wijzigen en de volledige of gedeeltelijke uitsluitingen te kunnen behouden, zoals die reeds waren opgenomen in een eerder koninklijk besluit.

In dat kader werd het koninklijk besluit van 30 augustus 2026 aangenomen, dat retroactief uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2026.

In de privésector behoudt het besluit verschillende uitsluitingen, in sommige gevallen met uitzonderingen:

  • PC 323 voor de dienstboden;
  • PC 320 voor de begrafenisondernemingen, behalve voor bepaalde handarbeiders in specifieke situaties;
  • PC 144 voor de landbouw;
  • PC 145 voor het tuinbouwbedrijf, behalve voor bepaalde activiteiten in verband met de aanleg en/of het onderhoud van parken en tuinen;
  • PC 143 voor de zeevisserij, behalve voor het walpersoneel dat onder werkgeverscategorie 019 valt en het personeel van de pakhuizen dat onder werkgeverscategorie 086 valt.

Toekomstige sectorale uitsluitingen opgenomen in een koninklijk besluit

Naast de bevestiging van deze bestaande uitsluitingen, heeft de wetgever ook voorzien dat de sociale partners in een sector kunnen overeenkomen om tewerkstelling via flexi-jobs geheel of gedeeltelijk uit te sluiten, of opnieuw geheel of gedeeltelijk toe te laten.

In de privésector gebeurt een volledige of gedeeltelijke uitsluiting of toelating bij koninklijk besluit, op unaniem verzoek van het bevoegde paritair comité en op voorwaarde dat de sociale partners hierover een collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten.

Daartoe dienden de sociale partners in het paritair comité uiterlijk op 30 september 2026 een aanvraag in te dienen bij de RSZ om te worden opgenomen in het volgende koninklijk besluit, dat op 1 januari 2027 in werking zal treden.

Als overgangsmaatregel is bepaald dat in 2026 een volledige of gedeeltelijke uitsluiting of toelating van sectoren op kwartaalbasis mogelijk is.

Te onthouden?

De veralgemeende openstelling van flexi-jobs sinds 1 juli 2026 kent nog steeds uitzonderingen. Sommige daarvan zijn reeds vastgelegd in de wet of in het koninklijk besluit van 30 augustus 2026. Daarnaast kunnen op verzoek van de sectoren nog bijkomende uitsluitingen bij koninklijk besluit worden ingevoerd.

Vooraleer een werkgever een flexi-jobber tewerkstelt, moet hij dus nagaan welke regels gelden binnen zijn paritair comité, voor de betrokken activiteit en, in bepaalde gevallen, voor zijn werkgeverscategorie.

Bron: Koninklijk besluit van 30 augustus 2026 tot uitvoering van artikel 2, §§ 1 tot en met 4, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, met betrekking tot het toepassingsgebied van de flexi-jobs, B.S. 9 september 2026.

 


We use cookies to track usage and preferences Legal terms I Understand