Reglementering
07 november 2023

Vanaf 2024 nieuwe regels voor de verrekening van het enkelvoudig vakantiegeld

Wanneer een bediende van werkgever verandert, dan zal de nieuwe werkgever niet langer het volledig enkel vertrekvakantiegeld kunnen aftrekken voor de vakantiedagen die bij de vorige werkgever werden verworven.

De nieuwe regels zijn voor het eerst van toepassing op het vakantiejaar 2024, het vakantiedienstjaar 2023.

Voortaan moet de nieuwe werkgever een inhouding doen die beperkt is tot 90% van het bruto dagloon van de bediende voor de desbetreffende maand en eventuele correcties toepassen aan het einde van het jaar.

Ter herinnering: bedienden verwerven wettelijke vakantierechten tijdens het vakantiedienstjaar (jaar N-1), die ze kunnen opnemen tijdens het vakantiejaar (jaar N).

Wanneer een bediende van werkgever verandert, dan betaalt de vorige werkgever een vertrekvakantiegeld uit, berekend op de vakantiedagen die tot die datum zijn opgebouwd. De vorige werkgever geeft ook een vakantieattest af die bestemd is voor de nieuwe werkgever, waarop het aantal opgebouwde vakantiedagen voor het volgende jaar en het reeds betaalde vermeld worden.

Op vandaag, wanneer bedienden hun hoofdvakantie opnemen, trekt de nieuwe werkgever al het vakantiegeld dat door de vorige werkgever werd betaald, van het vakantiegeld af dat betaald had moeten worden. De bediende ontvangt dan weinig of geen nettoloon voor die maand.

De wettigheid van deze praktijk wordt al langer in twijfel getrokken, aangezien het een inhouding op loon is die niet is toegestaan door de Loonbeschermingswet van 12 april 1965.

Daarom nam de regering op 28 september 2023 een koninklijk besluit aan dat nieuwe regels invoert voor de inhouding van het enkel vertrekvakantiegeld bij het opnemen van de hoofdvakantie. Deze regels hebben enkel betrekking op 1) bedienden en 2) de inhouding van het enkel vakantiegeld (het dubbel vakantiegeld valt hier niet onder).

Nieuwe regels van toepassing vanaf 2024

Vanaf het vakantiejaar 2024 zal de aftrek van het enkel vertrekvakantiegeld in twee stappen gebeuren:

  •  STAP 1: voor verdiende vakantiedagen houdt de werkgever 90% van het bruto dagloon van de bediende voor de betreffende maand in.

 In de praktijk ontvangen bedienden 10% van hun bruto dagloon voor de desbetreffende maand. Dit geldt alleen voor vakantie die bij de vorige werkgever werd opgebouwd. Dit is een tijdelijke inhouding.

  •  STAP 2: eventuele correcties

 In december van het vakantiejaar, of ten vroegste aan het einde van de arbeidsovereenkomst, moet de werkgever nagaan of er correcties nodig zijn, door het verschil te berekenen tussen:

  •  het betaalde enkel vakantiegeld van 10%; en
  • het gewone vakantiegeld dat normaal betaald moet worden door de nieuwe werkgever, verminderd met het gewone vertrekvakantiegeld dat betaald werd door de vorige werkgever.

 Er zijn twee mogelijke scenario's:

Scenario 1: het ingehouden bedrag is te hoog. De werkgever betaalt de bediende extra vakantiegeld.

Scenario 2: het ingehouden bedrag volstaat niet. De werkgever kan dan een extra inhouding doen. Als de inhouding meer dan 20% van het nettoloon bedraagt, moet ze gespreid worden over twee maanden (tenzij de bediende akkoord gaat om de inhouding in één keer te doen). 

De inhoudingen mogen niet hoger zijn dan het vakantiegeld dat de nieuwe werkgever verschuldigd zou zijn geweest indien de prestaties in het voorgaande vakantiejaar in dienst van de nieuwe werkgever zouden zijn verricht.

Bedienden moeten goed worden geïnformeerd over deze nieuwe regels:

  • De nieuwe regels moeten worden vermeld op alle vakantieattesten die worden afgeleverd vanaf 1 januari 2024;
  • De loonfiche van december moet het afgetrokken of betaalde bedrag als gevolg van de aangebrachte correcties vermelden;
  • Op verzoek van de bediende moet de werkgever details verstrekken over de berekeningswijze en de verrekeningsregels, hetzij elektronisch of schriftelijk.

Te onthouden?

Bij een wijziging van werkgever mag de nieuwe werkgever niet langer het volledige bedrag van het enkel vertrekvakantiegeld inhouden dat betrekking heeft op vakantiedagen die bij de vorige werkgever werden opgebouwd.

Voortaan moet de nieuwe werkgever een inhouding doen die beperkt is tot 90% van het bruto dagloon voor de betreffende maand, en eventuele correcties toepassen aan het einde van het jaar. In ieder geval mag de inhouding niet hoger zijn dan het vakantiegeld dat de nieuwe werkgever verschuldigd zou zijn geweest indien de prestaties tijdens het vorige vakantiejaar in zijn dienst waren verricht.

Bron: Koninklijk besluit van 28 september 2023 tot wijziging van de artikelen 46, 48 en 49 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, B.S. 18 oktober 2023, p. 94387

We use cookies to track usage and preferences Legal terms I Understand