Mobiliteit overeengekomen, detachering geweigerd: ontslag niet kennelijk onredelijk
In een arrest van 2 september 2025 oordeelt het Arbeidshof te Brussel dat het ontslag van een werkneemster die, ondanks een mobiliteitsclausule in de arbeidsovereenkomst, een detachering naar het buitenland weigert, niet kennelijk onredelijk is.
Context
In de arbeidsovereenkomst is een ruime mobiliteitsclausule opgenomen. Die bepaalt uitdrukkelijk dat de werkneemster zich ertoe verbindt om elke opdracht of overplaatsing te aanvaarden voor rekening van de werkgever of een verbonden vennootschap, zowel in België als in het buitenland.
De werkgever beslist om de werkneemster tijdelijk te detacheren naar Italië voor een functie die aansluit bij haar competenties. De werkneemster geeft geen gevolg aan de verzoeken van de werkgever, valt vervolgens meerdere maanden arbeidsongeschikt uit en weigert uiteindelijk uitdrukkelijk de voorgestelde detachering.
De vraag is of het ontslag van deze werkneemster kennelijk onredelijk is in de zin van CAO nr. 109.
Beslissing van het arbeidshof
Het Hof oordeelt dat:
- de mobiliteitsclausule geldig is, aangezien zij precies tot doel heeft de plaats van tewerkstelling als een niet-essentieel bestanddeel van de overeenkomst te beschouwen en de voorafgaande instemming van de werkneemster te verkrijgen voor eventuele toekomstige opdrachten of overplaatsingen in het buitenland. De werkneemster heeft hiermee ingestemd door de arbeidsovereenkomst te ondertekenen;
- de weigering van de werkneemster betrekking heeft op het principe zelf van de detachering. Gelet op de mobiliteitsclausule in de arbeidsovereenkomst is deze weigering niet gerechtvaardigd.
In haar arrest besluit het hof dan ook dat het ontslag is gebaseerd op het gedrag van de werkneemster en dat de beëindiging een redelijke beslissing van de werkgever vormt, in het licht van de weigering om een contractueel voorziene opdracht uit te voeren. Het wijst de vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag af.
Te onthouden?
Een mobiliteitsclausule is geldig in zoverre zij de voorafgaande instemming van de werknemer weerspiegelt en de plaats van tewerkstelling een niet-essentieel karakter geeft.
Hoewel de werknemer niet kan worden gedwongen om de mobiliteit te aanvaarden, kan een weigering om een contractuele verbintenis na te komen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst redelijk verantwoorden.
Bron: Arbh. Brussel, 2 september 2025, A.R. nr. 2021/AB/700.