Dringende reden: definitieve onmogelijkheid tot samenwerking wordt beoordeeld op het ogenblik van ontslag
De voorwaarde van de definitieve onmogelijkheid om de professionele samenwerking voort te zetten, wordt beoordeeld op het ogenblik van het ontslag. Latere contacten tussen de werkgever en de werknemer veranderen daar niets aan.
Context
Een werkgever ontslaat een werknemer om dringende reden wegens fraude met de prikkloktijden.
De dag nadien schrijft de werknemer een brief om zich te verontschuldigen, stelt hij voor om de onterecht ontvangen uren terug te betalen en benadrukt hij dat hij bereid is opnieuw voor de onderneming te werken “als u van mening verandert”. Diezelfde dag antwoordt de onderneming door de dringende reden te bevestigen.
Elf dagen na de kennisgeving van het ontslag om dringende reden organiseert de werkgever een ontmoeting met de werknemer. De werknemer stelt, evenwel zonder dit te bewijzen, dat de werkgever hem een concreet voorstel heeft gedaan om de samenwerking te hervatten onder minder gunstige voorwaarden.
Beslissing van het arbeidshof
Voor een dringende reden moet het gedrag van de werknemer een fout uitmaken die zo ernstig is dat elke verdere professionele samenwerking tussen werkgever en werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk wordt.
Het arbeidshof benadrukt dat het definitieve karakter van de onmogelijkheid om de professionele samenwerking voort te zetten, moet worden beoordeeld op het ogenblik van het ontslag om dringende reden.
Het stelt vast dat, op het moment van het ontslag:
- er geen enkele voortzetting was van de professionele relatie tussen de vennootschap en de werknemer;
- de wil van de werkgever om de arbeidsrelatie te beëindigen per e-mail werd bevestigd, nadat de werknemer daarover contact had opgenomen.
Het Hof oordeelt dan ook dat op het ogenblik waarop het ontslag om dringende reden werd gegeven, aan de voorwaarde van definitieve onmogelijkheid om de professionele samenwerking voort te zetten was voldaan.
Dat de werkgever tien dagen later nog met de werknemer heeft gesproken en eventueel aan een nieuwe tewerkstelling dacht, zonder dat er een concreet aanbod daaromtrent wordt aangetoond, verandert daar niets aan.
Te onthouden?
De werkgever levert het bewijs dat aan de voorwaarde van de definitieve onmogelijkheid om elke professionele samenwerking voort te zetten, was voldaan op het ogenblik waarop het ontslag om dringende reden werd gegeven.
Bron: Arbh. Luik, afd. Luik, 15 september 2025, A.R. nr. 2023/AL/563.