Einde van de arbeidsovereenkomst
23 april 2026

Aandachtspunten bij een vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn

Een vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn kan in onderling akkoord tussen de partijen worden geregeld. Die overeenkomst moet wel aan verschillende geldigheidsvoorwaarden voldoen.

Context 

Een hoofdverpleegkundige wordt ontslagen met inachtneming van een opzeggingstermijn. Die opzeggingstermijn is lang, gelet op de aanzienlijke anciënniteit van de werkneemster.  

Op de dag van het ontslag komen de partijen echter overeen dat de werkneemster tijdens de opzeggingstermijn geen prestaties meer moet leveren, met behoud van haar normale loon.  

Enkele weken later betwist de werkneemster die overeenkomst. Zij voert aan dat die werd gesloten vóór het ontslag geldig was betekend. Volgens haar komt dit neer op een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waardoor zij recht zou hebben op een opzeggingsvergoeding.  

Zij brengt haar vordering voor de arbeidsrechtbank. 

Beslissing van de arbeidsrechtbank 

De arbeidsrechtbank herinnert eraan dat een eenzijdig opgelegde vrijstelling van prestaties in bepaalde gevallen een handeling die gelijkstaat met contractbreuk kan uitmaken. 

Een vrijstelling van prestaties die in onderling akkoord wordt overeengekomen, is daarentegen juridisch geldig, op voorwaarde dat zij wordt gesloten nadat de opzegging werd betekend en dat voldaan is aan de algemene geldigheidsvereisten van overeenkomsten, namelijk:  

(1) de vrije en geïnformeerde toestemming van elke partij; 

(2) de bekwaamheid om te contracteren; 

(3) een bepaalbaar en geoorloofd voorwerp, en;  

(4) een geoorloofde oorzaak. 

In deze zaak stelt de arbeidsrechtbank vast dat het ontslag wel degelijk werd betekend vóór de ondertekening van de overeenkomst, ook al vonden beide handelingen plaats binnen een zeer kort tijdsbestek. De overeenkomst is dus geldig tot stand gekomen. De arbeidsovereenkomst heeft voortgeduurd tot het einde van de opzeggingstermijn. 

De arbeidsrechtbank verwerpt daarnaast de stelling van de werkgever dat sprake zou zijn van ontslagname door de werkneemster. De werkgever stelde namelijk dat de werkneemster, door in haar inleidend verzoekschrift de betaling van een opzeggingsvergoeding te vorderen, een einde zou hebben gemaakt aan de arbeidsrelatie. 

Volgens de rechtbank vormt het instellen van een gerechtelijke procedure geen zekere en ondubbelzinnige wilsuiting om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Door daarentegen de loonbetaling stop te zetten en de uitdiensttreding te formaliseren, heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst wel voortijdig beëindigd.  

Bijgevolg is de werkgever een opzeggingsvergoeding verschuldigd die het saldo dekt van de resterende duur van de opzeggingstermijn. 

Te onthouden? 

Een overeenkomst tot vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn is juridisch geldig wanneer zij wordt gesloten na de kennisgeving van het ontslag, zelfs binnen een zeer kort tijdsbestek, en wanneer zij berust op de vrije en geïnformeerde toestemming van beide partijen. 

Bron: Arbrb. Luik, afd. Marche-En-Famenne, 24 april 2025, A.R. nr. 2024/15/A. 


We use cookies to track usage and preferences Legal terms I Understand