Reglementering
15 mei 2026

Fiscus licht de retroactieve werking van het versoepelde belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers toe

De fiscus heeft haar standpunt verduidelijkt over de retroactieve versoepelingen die de wet van 18 december 2025 heeft aangebracht aan het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers.

1. Contexte

Om gekwalificeerde werknemers uit het buitenland aan te trekken, voorziet België in een bijzonder belastingregime. Dit regime geldt voor ingekomen belastingplichtigen (BBIB) en ingekomen onderzoekers (BBIO) die vanuit het buitenland worden aangeworven om in België aan de slag te gaan als werknemer of bedrijfsleider.  

De wetgever heeft dit belastingstelsel recent aangepast om het aantrekkelijker te maken. De fiscale administratie heeft haar standpunt over de retroactieve toepassing van deze wijzigingen verduidelijkt in een circulaire van 1 april 2026.  

We bespreken deze wijzigingen en lichten de belangrijkste aandachtspunten toe. 

2. Wijzigingen aan het belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers 

In het kader van het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers bestaat het voornaamste voordeel erin dat de werkgever een forfaitaire vergoeding boven op de bruto bezoldiging kan toekennen om terugkerende uitgaven verbonden aan de tewerkstelling in België te dekken. Deze vergoeding is als terugbetaling van een kost eigen aan de werkgever vrijgesteld van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. 

Met de wet van 18 december 2025 heeft de wetgever dit regime op twee belangrijke punten aangepast: 

  • Voor de toegang tot het BBIB geldt een minimale bezoldigingsdrempel. Het minimaal bruto jaarloon dat een ingekomen belastingplichtige moet ontvangen om toegang te krijgen tot het bijzondere belastingstelsel wordt verlaagd van 75.000 EUR naar 70.000 EUR; 
  • De forfaitaire vergoeding is tot een maximumpercentage van het bruto jaarloon fiscaal vrijgesteld. Dit maximumpercentage wordt verhoogd van 30% naar 35%. Tegelijk wordt het jaarlijkse maximumplafond van 90.000 EUR afgeschaft.  

Deze wijzigingen gelden met terugwerkende kracht en zijn van toepassing op bezoldigingen die werden betaald vanaf 1 januari 2025.  

Het is belangrijk om op te merken dat de wijzigingen enkel gelden voor wat de fiscale vrijstelling betreft. De voorwaarden voor de vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen op de forfaitaire kostenvergoeding blijven ongewijzigd (maximaal 30% van het bruto jaarloon en maximaal 90.000 EUR).  

Dit verschil tussen de fiscale en sociaalrechtelijke behandeling maakt de toepassing het bijzonder belastingstelsel dus complexer.  

3. Fiscale circulaire van 1 april 2026 

In een fiscale circulaire van 1 april 2026 zet de fiscus haar standpunt met betrekking tot de retroactieve toepassing van de gewijzigde bedragen voor het inkomstenjaar 2025 uiteen: 

  • Belastingplichtigen die reeds vóór de publicatie van de wet van 18 december 2025 onder het BBIB of BBIO vielen, kunnen de nieuwe regels toepassen voor het inkomstenjaar 2025. De administratie aanvaardt dat bestaande arbeidsovereenkomsten uiterlijk tot 30 juni 2026 worden aangepast om rekening te houden met de nieuwe fiscale grenzen.  Zo kunnen werkgever en werknemer bijvoorbeeld overeenkomen om de forfaitaire vergoeding retroactief te verhogen, met ingang vanaf ten vroegste 1 januari 2025. Een dergelijke aanpassing is evenwel niet verplicht. Een dergelijke wijziging kan aanleiding geven tot een rechtzettende aangifte van bedrijfsvoorheffing en wijziging van de fiscale fiche 281.10. 
  • Door de retroactieve versoepeling van de minimale bezoldigingsdrempel kunnen bepaalde profielen die voordien niet voldeden aan de voorwaarden, voortaan wel in aanmerking komen, met uitwerking vanaf 1 januari 2025. Werkgevers konden tot 9 april 2026 alsnog een aanvraag indienen voor toepassing van het BBIB of BBIO voor inkomstenjaar 2025 voor deze specifieke categorie van werknemers. Ook in deze gevallen kunnen werkgever en werknemer uiterlijk tot 30 juni 2026 de arbeidsovereenkomst aanpassen om de verloning af te stemmen op de nieuwe fiscale grenzen. Deze mogelijkheid geldt enkel voor belastingplichtigen die door de wetswijziging nieuw in aanmerking komen. 

Werkgevers en werknemers kunnen dus tot 30 juni 2026 bestaande arbeidsovereenkomsten retroactief aanpassen om rekening te houden met de nieuwe fiscale grenzen. Het kan namelijk interessant zijn om de verloning te optimaliseren door de bruto bezoldiging te verminderen en de vrijgestelde vergoeding te verhogen. Daarbij is, overeenkomstig de arbeidsrechtelijke regels, de instemming van beide partijen vereist.

Deze retroactieve aanpassingen zullen echter geen impact kunnen hebben op de bezoldigingen waarop sociale zekerheidsbijdragen worden betaald. De RSZ staat voor reeds verstreken periodes namelijk geen retroactieve herziening toe, louter omwille van de gewijzigde fiscale grenzen.  

Te onthouden? 

Werkgevers kunnen in samenspraak met de werknemer tot 30 juni 2026 bestaande arbeidsovereenkomsten retroactief aanpassen. Dit laat toe de verloningsstructuur te optimaliseren, bijvoorbeeld door een lagere bruto bezoldiging en een hogere vrijgestelde vergoeding toe te kennen.  

Daarbij is het belangrijk om het verschil tussen de fiscale en sociale zekerheidsbehandeling in rekening te nemen.  

Bron: Wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen, B.S. 30 december 2025; Fiscale Circulaire 2026/C/51 van 1 april 2026, Fisconetplus. 


We use cookies to track usage and preferences Legal terms I Understand